Archief

Gemaakt op: 10 juli 2015

VBN-bezoek aan vrouwengevangenis

Vrijdag 10 juli bracht de VBN een bezoek aan de vrouwengevangenis in Nieuwersluis. Hoewel het in de vakantieperiode viel, namen zo’n dertig leden deel aan de interessante en unieke bijeenkomst. Ze maakten onder andere kennis met het bijzondere resocialisatiebeleid van de inrichting, maar leerden ook wat een knuffelisoleer is.

De vrouwengevangenis is gevestigd op het terrein van de monumentale Koning Willem III-kazerne in het nabij Utrecht gelegen Nieuwersluis. Dit gebouw was lange tijd een militaire strafinrichting voor de drie krijgsmachtonderdelen en stond bekend als Depot voor Discipline of simpelweg als Nieuwersluis. In 1999 vertrok Defensie en nam Justitie de voormalige kazerne in gebruik als vrouwengevangenis. Voor de gedetineerden werden vier nieuwe gebouwen neergezet. De PI Nieuwersluis fungeert als Huis van Bewaring, gevangenis, BBI (beperkt beveiligde inrichting) en ZBBI (zeer beperkt beveiligde inrichting) en biedt plaats aan 246 gedetineerde vrouwen.

Na het welkomstwoord door regiovoorzitter Harm van Dijk, die onder andere een tipje van de sluier over de nieuwe website van de VBN oplichtte, begon de rondleiding door het complex. Onder begeleiding van drie teamleiders bezochten de deelnemers het cellencomplex, de luchtplaats, het isoleergedeelte (waaronder de ‘knuffelisoleer’ met zachte en onverwoestbare meubels) en de meldkamer, van waaruit de tientallen camera’s en andere technische beveiligingssystemen worden beheerd.

Gastheer en VBN-lid Peter Sanders vertelde over de uitdagingen waarmee het gevangeniswezen op het moment te maken heeft. Veel inrichtingen worden gesloten en onder druk van bezuinigingen wordt het steeds lastiger om gedetineerden vrijheden te geven die nodig zijn voor de resocialisatie. Peter ging verder in op de specifieke risico’s van een vrouwengevangenis. Het risico van geweld en ontvluchting is lager dan in een mannengevangenis, maar daar staat tegenover dat vooral mannelijk personeel zich bewust moet zijn van de omgeving waarin zij werken. Opmerkelijk is dat vrouwelijke gedetineerden in vergelijking met het mannencircuit vaker gebruik maken van externe medische faciliteiten. Dit gebeurt in beginsel onder begeleiding van het interne bijstandsteam (IBT). Bij calamiteiten treedt het IBT op, dat bestaat uit beveiligers die speciale trainingen hebben gevolgd, zoals beschreven in het handboek IBT.

Bij DJI wordt de bekende Haagse Methodiek toegepast voor het beoordelen van de beveiligingsmaatregelen. Lieke Koopsen is student Integrale Veiligheid en loopt stage bij de PI Nieuwersluis. Haar was gevraagd om de Haagse Methodiek zelf eens tegen het licht te houden. Dat deed zij en daarbij viel het haar vooral op dat de uitkomsten nogal afhangen van de betreffende auditor en daardoor niet objectief zijn. Ook zijn de uitkomsten volgens haar te vaag om er concrete maatregelen op te kunnen baseren. In het kader van haar studie ontwikkelde ze een aantal verbeteringen voor de Haagse Methodiek, die vooral een objectievere toepassing mogelijk gaan maken. Daarover gaf ze tijdens de VBN-bijeenkomst een interessante presentatie.

Tot slot gaven Hein van Drunen, afdelingshoofd ZBBI, en Harry de Kleijn, hoofd Arbeid, van de PI een inleiding over participerende detentie. Hierbij wordt gekeken welk potentieel gedetineerden hebben, dat hen kan helpen bij een succesvolle terugkeer in de maatschappij. Sinds maart loopt in Nieuwersluis een pilot met twaalf vrouwen, die dankzij grotere vrijheden zich kunnen voorbereiden op een kansrijk beroep. Een van de dames die deelneemt aan de pilot gaf tijdens de VBN-bijeenkomst een presentatie. Zij studeert communicatiewetenschappen en doet onderzoek naar de interne communicatie tussen de PI’s en gedetineerden. Zonder participerende detentie was het voor haar onmogelijk geweest de HBO-opleiding in gevangenschap af te ronden. In Sittard loopt een vergelijkbare pilot met mannelijke gedetineerden. Het betoog over participerende detentie maakte behoorlijk de tongen los bij de deelnemers, wat een bewijs was voor de hoge mate van interesse in het onderwerp.